Elk jaar wachten tienduizenden mensen te lang op behandeling in de specialistische ggz (de zorg voor mensen met ernstige of complexe psychische problemen). Voor sommigen loopt dat op tot ruim een jaar. In het publieke debat wordt dit vaak verklaard door personeelstekorten of doordat er simpelweg meer mensen hulp nodig hebben. Maar is dat wel het hele verhaal?
Bestuurslid Christiaan Vinkers (psychiater en hoogleraar psychiatrie, Amsterdam UMC en GGZ InGeest) schreef samen met Patrick Jeurissen (hoogleraar betaalbare en toegankelijke zorg, Radboudumc) een whitepaper waarin ze precies dat uitzoeken. Ze onderzochten welke ontwikkelingen kunnen verklaren waarom de wachttijden in de specialistische ggz zo hardnekkig zijn. Hun conclusie is dat de verklaring voor de lange wachttijden ingewikkelder is dan vaak wordt gedacht.
WHITEPAPER
Wachttijden in de Nederlandse ggz
Christiaan H. Vinkers en Patrick P.T. Jeurissen, Juli 2026
Een systeemanalyse van zorgvraag, zorgorganisatie en stelselprikkels
Meer mensen met klachten, meer mensen die hulp zoeken
Meer mensen hebben psychische klachten dan tien jaar geleden. In 2024 gaf ongeveer 44% van de volwassenen aan angst of depressieve gevoelens te hebben gehad, tegenover 37% tien jaar eerder. Onder jongeren van 16 tot 25 jaar steeg dit zelfs van 38% naar meer dan de helft. Daardoor zoeken ook meer mensen hulp: van ongeveer 1,39 miljoen mensen in 2017 tot 1,57 miljoen in 2024.
In 2024 zochten 180 duizend meer mensen psychische hulp dan in 2017
Het aantal volwassenen dat zorg ontvangt steeg van ongeveer 1,39 miljoen naar 1,57 miljoen mensen
Maar die groei zit niet waar de wachtlijsten zitten
Hoewel meer mensen hulp zoeken, groeide niet elk deel van de ggz even hard. Vooral bij de huisarts en andere vormen van lichte psychische zorg kwamen er veel mensen bij. De specialistische ggz, voor mensen met ernstige of ingewikkelde psychische klachten, groeide veel minder mee. In sommige jaren werden er zelfs minder mensen behandeld dan daarvoor. En juist in de specialistische ggz zijn de wachttijden het langst.
De zorg groeide dus vooral op plekken waar mensen al snel geholpen konden worden. Het onderdeel dat bedoeld is voor de zwaarste problemen, de specialistische ggz, kon juist minder mensen helpen dan voorheen. Volgens de auteurs zit het echte knelpunt dus niet in de ggz als geheel, maar specifiek in die specialistische zorg.
Meer personeel loste het probleem niet op
Het aantal mensen dat in de ggz werkt groeide sinds 2010 met ruim 30%. Toch namen de wachttijden in diezelfde periode juist toe. Personeelstekort in de ggz speelt dus wel een rol (de vacaturegraad in de ggz is een van de hoogste in de hele zorgsector), maar verklaart niet waarom de wachttijden zo hardnekkig blijven ondanks die personeelsgroei.
Het gaat ook om hoe zorg is georganiseerd
De auteurs wijzen op een aantal minder zichtbare, maar onderliggende oorzaken:
- Afspraken over hoeveel zorg geleverd mag worden (budgetplafonds). Zorgverzekeraars spreken vooraf af hoeveel zorg zij inkopen. Is dat maximum bereikt, dan kunnen sommige aanbieders tijdelijk geen nieuwe patiënten aannemen.
- Onvolledige compensatie voor dure patiënten. Zorgverzekeraars krijgen vergoeding wanneer ze relatief veel patiënten met hoge zorgkosten hebben (dit heet risicoverevening). Voor mensen met ernstige of complexe psychische problemen werkt dit systeem volgens de auteurs minder goed, waardoor het voor verzekeraars financieel minder aantrekkelijk is om voor deze groep extra zorg in te kopen.
- Minder opnameplekken. De afgelopen tien jaar is het aantal plekken waar mensen opgenomen kunnen worden meer dan gehalveerd. Het idee was dat meer mensen behandeld zouden worden terwijl ze thuis kunnen blijven wonen (ambulante zorg). Volgens de auteurs is die omslag niet overal goed gelukt, waardoor er soms simpelweg minder behandelplekken zijn overgebleven.
- Personeelstekorten op specifieke plekken. Niet al het extra personeel komt terecht bij directe patiëntenzorg, en juist bij gespecialiseerde functies zoals psychiaters en klinisch psychologen is de schaarste het grootst.
Kortom: het probleem zit niet in één van deze factoren afzonderlijk, maar in de manier waarop ze elkaar versterken. Daardoor komt beschikbare zorg niet altijd terecht bij de mensen die haar het hardst nodig hebben.
Wat betekent dit voor patiënten, naasten en huisartsen?
Lange wachttijden betekenen meer dan alleen lang moeten wachten. Veel mensen merken dat hun klachten in die periode erger worden. Sommigen belanden in een crisis. Ook werk, studie en relaties kunnen hieronder lijden.
Ook de omgeving voelt de gevolgen. Familieleden en partners nemen tijdens het wachten vaak een grotere ondersteunende rol op zich, wat kan leiden tot overbelasting en gevoelens van machteloosheid. En huisartsen en praktijkondersteuners, bij wie mensen vaak noodgedwongen langer blijven, zijn doorgaans niet toegerust op langdurige begeleiding van complexe psychische problemen. Veel van hen geven aan dat dit hun spreekuur voor andere patiënten minder toegankelijk maakt, en dat ze een hogere werkdruk ervaren.
De conclusie
De whitepaper laat zien dat de lange wachttijden in de ggz niet door één oorzaak zijn te verklaren. Meer mensen zoeken hulp, maar vooral de lichtere vormen van zorg groeiden mee. De specialistische ggz bleef achter, terwijl juist daar de langste wachttijden zijn. Volgens de auteurs zijn daarom niet alleen meer beschikbare behandelplekken nodig, maar ook een betere organisatie van de zorg, zodat mensen met de zwaarste psychische problemen sneller op de juiste plek terechtkomen.