We onderzoeken of behandeling van slapeloosheid bij mensen met een depressie samenhangt met veranderingen in stoffen in het bloed die een rol spelen bij depressie.
The influence of CBT-I on MDD pathophysiology
In het kort
Locaties
UMC Groningen
Waarom dit onderzoek?
Slapeloosheid komt vaak voor bij mensen met een depressie en kan het herstel van depressieve klachten belemmeren. Eerder onderzoek laat zien dat behandeling van slapeloosheid met CGT-I niet alleen de slaap kan verbeteren, maar mogelijk ook depressieve klachten kan verminderen. Het is nog niet goed bekend of deze verbetering samenhangt met veranderingen in biologische processen in het lichaam, zoals het immuunsysteem, stresssysteem, neuroplasticiteit, en metabolisme.
Doel van het onderzoek
Het doel van deze studie is om te onderzoeken of behandeling van slapeloosheid met cognitieve gedragstherapie voor insomnie (CGT-I) samenhangt met veranderingen in biologische processen die betrokken zijn bij depressie. Ook onderzoeken we of veranderingen in slapeloosheidsklachten samengaan met veranderingen in deze biologische processen.
Wie komt in aanmerking?
Voor volwassenen van 18 jaar of ouder met een depressie en matige tot ernstige slapeloosheid, die starten met CGT-I en stabiele medicatie voor depressie gebruiken. Mensen met een bipolaire stoornis, psychotische aandoening, cognitieve stoornis, middelenmisbruik, recent gebruik van niet-voorgeschreven psychoactieve middelen, of zwangerschap/borstvoeding kunnen niet deelnemen.
Wat betekent deelname?
Deelnemers komen twee keer naar het UMCG: één keer vóór de start van de CGT-I en één keer na afloop van de behandeling, ongeveer vijf weken later. Tijdens beide bezoeken vullen deelnemers vragenlijsten in en wordt bloed afgenomen. Per bezoek duurt dit ongeveer 15 tot 30 minuten. De CGT-I-behandeling zelf maakt deel uit van de reguliere zorg.